Deel 2: Oefeningen

Op de volgende bladzijden staan oefeningen om je creatieve motor te laten draaien. Zo oefen je je creatief denkvermogen of warm je jezelf op voor een creatieve denksessie. Deze oefeningen zijn bijvoorbeeld handig om een brainstorm mee te starten.

Laat je niet demotiveren als de opdrachten niet meteen lukken. Het zijn tenslotte oefeningen.

Warm je creatieve motor op

Oefening 1: cirkels vullen

Hieronder zie je 24 cirkels van gelijk grootte.

Oefening 1 A: Voeg lijnen en vormen toe zodat de cirkels betekenis krijgen. Een eerste voorbeeld is gegeven. Let op: Elke cirkel moet op een unieke manier aangevuld worden.

Oefening 1 B: Tip: Doe dezelfde oefening met patronen. Versier de cirkels met zoveel mogelijk verschillende vormen of patronen: regendruppels, verticale lijnen, een spiraal, …

Tip: Maak deze oefeningen later of meteen erna opnieuw en merk hoe je creativiteit vooruitgaat.

Oefening 2: écht kijken

Bekijk een voorwerp gedurende vijf minuten. Teken het dan na (je mag het voorwerp bij je houden). Doordat je leert te kijken, zal je beter kunnen tekenen. Ook al vind je jezelf geen groot tekentalent.

Voorbeeld: Ik tekende als tiener deze penselen met grafietpotlood.

DSC_0177.jpg

Oefening 3: op zoek naar beelden

Maak een foto van de volgende concepten en voorwerpen.

Oefening 4: verzin nieuwe kleuren

Verzin nieuwe namen voor specifieke kleurschakeringen.

Voorbeelden: girafgeel, kneuzingsblauw, iPhonewit, …

Oefening 5: verzin nieuwe cijfers

Verzin nieuwe namen voor de cijfers van nul tot en met tien.

Oefening 6: Chingdogu

Verzin een ‘chingdogu’ (een nutteloze oplossing voor een alledaags probleem).

Voorbeelden (van de website How Stuff Works):

Oefening 7: ‘The Torrance Test of Creative Thinking’

Wat kan je doen met de volgende voorwerpen? Verzin zoveel mogelijk antwoorden. Geraak je met gemak aan tien? Zoek er dan 20. Geraak je met gemak aan 20? Ga dan voor 30, enzovoort. Je zal merken dat het zoeken in het begin niet snel gaat. Eerst zul je logische mogelijkheden vinden. Naarmate je vordert, zullen de ideeën sneller komen en zal je minder logische oplossingen ontdekken. Na een tijdje ga je denken aan radijsjes met blauwe sandalen of vliegende katten met zilveren ondergoed.

Voorbeeld: een krant
10 mogelijkheden:

  1. Boven je hoofd houden om jezelf te beschermen tegen de regen.
  2. Een blad enkele keren dichtvouwen en onder de poot van een wankele tafel steken.
  3. Een collage maken met de foto’s.
  4. Een gedicht maken met de woorden uit een artikel.
  5. Een blinddoek maken.
  6. Lezen en erover nadenken of praten.
  7. Op een bankje leggen en erop gaan zitten (om je broek schoon te houden).
  8. In stroken scheuren en vlechtjes maken met de repen papier.
  9. Met een bladzijde een hoed, boot, vliegtuig of een andere vorm vouwen.
  10. Oprollen tot een lange rol en een wedstrijdje touwtrekken mee houden.

Tips: Er staat nergens dat je enkel deze voorwerpen mag gebruiken. Je mag andere voorwerpen toevoegen. Er staat ook nergens dat je alle voorwerpen moet gebruiken als er meerdere vermeld zijn.

Oefening 8: niet-gerelateerde woorden

Daag jezelf uit om woorden te vinden die niets met elkaar te maken hebben. Je mag ook niets noemen dat je ervaart (ziet, hoort, voelt, proeft of ruikt).

Voorbeeld:

  • Drinken – snoep – … => Stop! Eten en drinken liggen te dicht bij elkaar. Begin opnieuw.
  • Schoen – bagagedrager – inkt – examinator – …. => Stop! Ik dacht aan een zaal met schrijvende mensen. De woorden ‘inkt’ en ‘examinator’ liggen dus te dicht bij elkaar. Het ging wel al beter. Toch begin ik opnieuw.
  • Wassen – boekje – … => Stop! Ik zag een boekje voor mij liggen. Opnieuw.
  • Geel – wind – dansen – paard – driehoek – tunnel – … => Zo moet het!

Klaar voor het echte werk?

Oefening 9: mindmaps

Maak mindmaps met kenmerken van en associaties met de volgende woorden. Gebruik de nieuwe elementen als inspiratie om je eigen probleem of vraag op te lossen.

  • Voorbeeld: school
  • Associaties: speelplaats, leerlingen, leerkrachten, onderwijs, saai/leerrijk, mijn middelbare school, mijn lagere school, mijn docenten van de universiteit
  • Probleem: Geen motivatie om schoon te maken
  • Probleem + associatie: Hoe kan een speelplaats mij helpen? => Doe alsof het een spel is. Voor 30 minuten schoonmaken krijg je een kleine beloning. Voor 1 uur schoonmaken krijg je een grotere beloning. Vraag eventueel vrienden om mee te spelen. Daag elkaar uit: om het meest schoonmaken op 30 minuten of om het snelst een aantal kamers?

Oefening 10: combinaties van concepten

Combineer de volgende woorden met elkaar en verzin een nieuw concept. Gebruik tussenstappen als je het wat gemakkelijker wil maken.

  • Voorbeeld: Rumikub – handdoek
  • Mogelijke oplossing: een handdoek met een spel erop, bijvoorbeeld een doolhof.
  • Inspiratie: Kan je een spel introduceren in je product of dienst? Kan je een spel spelen om je probleem op te lossen? Kan je kop of munt spelen om een beslissing te maken? Kan je handdoeken maken met reclame erop? Kan je andere producten maken met reclame erop? …

Oefening 11: willekeurige letters als inspiratie

Schrijf op 26 stukjes papier de letters van het alfabet. Leg ze omgedraaid op tafel. Trek willekeurige papiertjes. Zoek nu woorden die je associeert met je onderwerp en die beginnen met de letter die op je papiertje staat.

  • Voorbeeld 1: de letter B
  • Mogelijke oplossing: ‘brug’ is het eerste woord dat in me opkomt.
  • Inspiratie: Kan je een brug maken en je probleem met iets combineren?
  • Voorbeeld 2: de letter G
  • Mogelijke oplossing: ‘gratis’ is het eerste woord dat in me opkomt
  • Inspiratie: Kan je iets gratis geven of krijgen?
  • Voorbeeld 3: de letter L
  • Mogelijke oplossing: ‘lengte’ is het eerste woord dat in me opkomt.
  • Inspiratie: Kan je de duur of fysieke lengte van je probleem aanpassen?

Oefening 12: alfabetische checklist

Een variatie op de vorige oefening is deze. Noteer alle letters van het alfabet. Zoek bij elke letter een woord dat te maken heeft met je onderwerp. Bonuspunten voor wie woorden vindt met de beginletters ‘q’, ‘x’ en ‘y’.

  • Voorbeeld: het onderwerp ‘uitnodigingen’
  • Probleemstelling: Waaraan moet je denken als je uitnodigingen wil maken en versturen?
  • Mogelijke oplossing: Adressen, Briefpapier, Collega’s, Digitaal, E-mails, Foto’s, Gamma, Hoofding, Inkt, …

Meer oefeningen komen eraan…


Advertenties